De 5 beste sportboeken uit onze collectie

Tijdens de uitzending van De Wereld Draait Door op 1 mei ontving Auke Kok de Nico Scheepmaker Beker voor Beste Sportboek van 2017. Hij ontving de prijs voor het boek 1936. Wij gingen naar Berlijn. Een goed moment om een top 5 beste sportboeken uit onze collectie uit te lichten. Mijn top 5 dan …

Johan Cruijff. Mijn verhaal

Een half jaar na zijn dood verschijnt de autobiografie van Johan Cruijff (1947-2016), de beste voetballer die Nederland ooit voortbracht. De wereldbekende sporter deelde zijn levensverhaal met journalist Jaap de Groot die het helemaal in Cruijff’s eigen woorden optekende. Dat is meteen de kracht van het boek: het is alsof je de soms onnavolgbare legende zelf hoort praten tijdens het lezen van zijn verhaal. Daarin kijkt hij terug op vormende momenten van zijn leven die al vaker vanuit andere perspectieven zijn beschreven. Cruijff vertelt over zijn jaren bij Ajax, Barcelona, het Nederlands elftal, Feyenoord en andere clubs waar hij ooit rondliep. Een belangrijk deel gaat over zijn familie, die volgens de eeuwige nummer 14 misschien wel aan de basis stond van het wereldberoemde totaalvoetbal. Cruijff legt in simpele en nuchtere taal uit hoe hij de sport veranderde, zowel binnen als buiten de lijnen.

Undercover hooligan. Mijn dubbelleven bij de Millwall Bushwackers

De auteur (1965) ging twee jaar undercover bij de Millwall Bushwackers, de harde kern van supporters van de Londense Millwall Football Club. Wanneer in 1987 Scotland Yard undercoveragenten zoekt voor een gespecialiseerde eenheid die voetbalhooligans moet arresteren, weet hij meteen dat dit iets voor hem is. Als Jim uit Wandsworth geeft hij zich samen met zijn maat Chris uit voor schilder en behanger. Het duo weet contact te maken met de Millwall-hooligans. Jim en Chris – die inmiddels versterking hebben gekregen van twee andere agenten – belanden in een wereld vol geweld en geplande gevechten, maar ook van vriendschap. Na twee jaar wordt de operatie plotseling stopgezet, tot woede van Jim die gaandeweg aan het hooliganbestaan verslaafd raakte. In 1989 verlaat hij de politie. Een waargebeurd, onthutsend verhaal.

1936. Wij gingen naar Berlijn

De Olympische Spelen in Berlijn in 1936 werden gebruikt om politieke propaganda te maken en een gunstig beeld van het nazi-regime te vestigen. Het project slaagde. Pas later werd dit doelmerk doorzien. Daarvoor was er slechts verspreide kritiek. De oproepen tot boycot uit joodse en linkse hoek in Nederland vonden slechts gehoor bij enkele sportbonden en sporters. Journalist Auke Kok vertelt, op basis van uitgebreid onderzoek, het verhaal van de Nederlandse deelname, waarbij hij diep ingaat op twee deelnemers: zwemster Rie Mastenbroek en sprinter Tinus Osendarp. Hun levensverhaal tijdens, voor en na de Spelen wordt uitvoerig gevolgd. Mastenbroek, uit een arm, gebroken gezin leidde een ongelukkig leven, de ‘meeloper’ Osendarp sloot zich na de Duitse bezetting aan bij de SS. Het boek verschaft een fascinerende inkijk op de sportwereld van toen en haar sporters, trainers en officials.

Draag nooit een gele trui

(e-book)
Wekelijks trekken ze er alleen of in groepjes op uit. De een legt zijn dikke buik op de stang van zijn lichtgewicht racefiets, de ander zoeft met geschoren benen op enorme snelheid over dijken, fietspaden en heuveltjes in de omgeving. Ze hebben één ding gemeen: ze zijn allemaal wielertoeristen en ze willen allemaal de snelste zijn. In hun hoofd rijden ze gemakkelijk met de profs mee. Ze racen uit liefde voor het fietsen en in de hoop sneller te gaan dan anderen. In Draag nooit een gele trui staan de verschillende types wielrenners beschreven en de regels waaraan zij zich houden. (Oud-)profs geven tips en vertellen over hun ervaringen met wielertoeristen. Het is een onmisbaar boek voor wie graag de weg op gaat en twijfelt over het scheren van benen of de kleur van de wielersokken. Een humoristische inkijk in de wereld van de bloedfanatieke onbetaalde fietsers.

Kop in de wind

Wilfried de Jong, televisiemaker en schrijver, schreef het populaire boek ‘De man en zijn fiets’ (2009). Deze bundel ‘Kop in de wind’ bevat tien verhalen over De Jong als fietser. Hij ontmoet bijzondere mensen. In ‘Mona Lisa’ verzorgt ‘Lisa van de renners’ de uitgeputte renner op haar eigen manier, waarna hij beseft: ‘Ze was nu ook van mij’. In ‘Wol’ bezorgt hij in Manhattan Phil de avond van zijn leven. Onderwerpen als een reserveonderdeel, een meerkoet, de eigenaardige Trouble, kramp en een ex-militair zonder benen krijgen in deze verhalen een bijzondere lading. De verhalen zijn helder geschreven. De gebeurtenissen lijken op het eerste gezicht eenvoudig en de ontmoetingen vreemd. De plot verloopt heel langzaam, vaak via omwegen, naar een climax. Ogenschijnlijk is de fiets de hoofdfiguur, in werkelijkheid staat de mens centraal, meestal een mens aan wie het succes voorbij ging.

Wat is jouw favoriet?

Fragment DWDD